Rockfotografie

E

Alex Vanhee (Poperinge, 1965) first received a training in lay-out at Higro (Hoger Instituut voor Grafische Opleiding) in Ghent, followed by a photography course at Sint-Lucas in Ghent. In 1988 he started to work as designer for a printing business, but he started taking more and more pictures. After having worked in the publicity sector for 5 years, he showed his "hobby work" (black-and-white photographs of rock concerts) to the newspaper 'De Morgen'. It was agreed to continue the collaboration. Now he works as freelancer for various national and international newspapers and magazines. Thanks to his work in the papers, his photographs also receive recognition from record companies and international magazines. He regularly gets assignments for national and international labels.

Perskaart

NL

Alex Vanhee geboren te Poperinge 1965

Volgt eerst een opleiding Grafische Vormgeving in het Higro Gent daarna fotografie in Sint–Lucas Gent.

Start in 1988 als ontwerper in een drukkerij maar begint meer en meer te fotograferen.

Na 5 jaar in de publiciteitssector stapt hij met zijn ‘hobbywerk’ (zwart wit afdrukken van rockconcerten) en eindwerk fotografie 'Big Dreams/ Dream Big ,een reeks over het playback milieu in België, binnen bij de krant De Morgen. Blijkbaar zien zij onmiddellijk de kwaliteiten van zijn werk want er volgt onmiddellijk een samenwerking.

Na omzwervingen bij De Morgen, Knack en Bonanza werkt hij nu als freelancer voor verschillende binnen- en buitenlandse kranten - en magazines.

Concentreert zich op alles die met rock en pop te maken heeft.

Dagelijks staat hij voor een podium om er concertfoto’s te maken.

Geregeld maakt hij portretten van grote popsterren.

Door zijn werk in de krant begint zijn fotografie ook meer en meer erkenning te krijgen bij platenfirma’s en buitenlandse magazines.

Werkte mee aan cd hoezen voor Iggy Pop, Willem Vermandere, Bram Vermeulen, Laïs, Monza en Chris Whitley.

In 2003 wint hij de wedstrijd voor de Gentse Feesten affiche.

In 2004 maakt hij het boek ‘Heroes’ waar 36 muzikanten hun lof zingen over hun held. In 2010 volgt 2de boek Face 2 Face in samenwerking met Bart Steenhaut.

Ondertussen volgen verschillende tentoonstellingen van Bozar Brussel , Fotografiemuseum Antwerpen tot verschillende CC’s en muziekclubs in Vlaanderen.

Naast rockfotografie is hij huisfotograaf van klassiek orkest Anima Eterna en maakt de laatste jaren meer documentair werk.

 

YouAint

Interview Isolde Lasoen

Straks barst de festivalzomer in al zijn frivoliteit los. De kans is groot dat u Isolde Lasoen in actie zal zien. Als drumster van Daan doet ze meer dan veertig festivals aan. Onderweg zal ze herhaaldelijk tegen het lijf lopen van Alex Vanhee, Vlaanderens bekendste concertfotograaf. We brachten de twee veteranen van het circuit samen op een decibelarme plek.

Tekst: Jonas Heyerick

Na de middelbare school ging Isolde Lasoen (30) jazz studeren aan het Conservatorium in Gent. Ondertussen begon ze te drummen bij ondermeer Daan, Briskey en Billie King. Ze geeft ook les op de Kunsthumaniora in Gent. Alex Vanhee (45) is al bijna twintig jaar rockfotograaf. Hij rolde er per toeval in. “De Morgen had mijn eindwerk gepubliceerd op een dubbele pagina. Ze vroegen me toen of ik toevallig ook concertfotografie deed, dus zei ik maar ‘ja’.” Deze maar mag weg denk ik, klinkt zo negatief?

Ik veronderstel dat jij Isolde al dikwijls gefotografeerd hebt.

ALEX VANHEE: Het zal je misschien verbazen, maar nee, nog nooit.

ISOLDE LASOEN: (kijkt verbijsterd) Toch wel, Alex. Allez, je hebt me al tientallen keren gefotografeerd op het podium.

VANHEE: Ja, live natuurlijk wel. Maar ik heb nog nooit een portret van je gemaakt. Dat vind ik een wezenlijk verschil.

LASOEN: Live heb je al verschillende knappe foto’s van mij gemaakt. Eentje steekt er bovenuit. Tijdens een optreden van Daan heb je ooit de allerlaatste noot van het concert op foto vastgelegd. Dat moet je kunnen, net op dat moment afdrukken. Ik heb me altijd afgevraagd of het puur toeval was, of wist je perfect wanneer die allerlaatste noot zou komen? Ken jij de muziek van Daan zo goed?

VANHEE: Helemaal niet, maar ik voel muziek wel goed aan. Ik fotografeer nooit op goed geluk. Geluk bestaat enkel in je hoofd. Als Isolde met een jazzband speelt, voelt zij ook aan hoe ze moet spelen. Ze anticipeert op wat er gaat gebeuren en voelt de andere muzikanten aan. Voor een fotograaf is dat net hetzelfde. Het eerste wat ik doe tijdens een concert is observeren. Hoe gedraagt de frontman zich? Wat doen de andere bandleden? Loopt iemand constant op dezelfde manier? Wanneer springt iemand? Als je daar een idee van hebt, is het een stuk makkelijker om foto’s te maken op het juiste moment.

Ben je ook in het gewone leven een observator?

VANHEE: Absoluut, ik doe niks liever dan mensen bekijken. Hoe zitten ze? Wat doen ze met hun handen? Hoe praten ze? Ik vind het ook leuk om stukjes conversatie op te vangen en de rest erbij te fantaseren.

LASOEN: Je zou goed overeenkomen met mijn vriend (Piet Stellamans, tourmanager van Flip Kowlier; red.). Als hij overdag niks te doen heeft, gaat hij met Flip, zijn beste kameraad, op een terrasje zitten om mensen te bekijken. Het is één van zijn favoriete bezigheden.

Zie jij Alex vanop het podium als hij voor het podium foto’s staat te trekken?

LASOEN: Zelden of nooit. Ik voel me ongemakkelijk als ik me focus op mensen in de zaal. Ik staar liever in het ijle, of kijk naar mijn drum. Ik zie soms concertfoto’s van mij in de kranten of op Facebook van fotografen die ik ken en die ik tijdens het optreden helemaal niet gezien heb. Dan voel ik me slecht omdat ik geen goeiedag heb gezegd.

VANHEE: Mij moet je alleszins nooit goeiedag zeggen als je me in de zaal spot. Ik ging ooit De Kreuners fotograferen in het Sportpaleis toen Axl Peleman in zijn micro riep: “Hey, Alex!” Ik zakte door de grond. Ik hoef helemaal geen aandacht. Liefst van al word ik helemaal niet opgemerkt.

LASOEN: Dat herken ik. Het podium is absoluut mijn plaats, maar dan wel niet in de spotlights. Daan vraagt soms een speciaal applaus voor mij en dan kruip ik liefst zo ver mogelijk weg achter mijn drumstel.

Alex, het is opvallend hoe rustig jij blijft tijdens concerten.

VANHEE: Sommige fotografen vliegen van links naar rechts voor het podium en trekken honderden foto’s. Ze doen me denken aan Japanse toeristen. Die beginnen ook meteen overal foto’s van te trekken, zodra ze van de bus stappen. Voor mij heeft fotograferen met keuzes te maken. Wanneer druk je af? Voor welk moment ga je? Op wie focus je? Fotografen die niet kiezen, komen zelden met een speciale foto naar huis. Less is more, net als in de muziek. Als ik op het podium een supergroot drumstel zie staan, weet ik al dat de drummer er wellicht niet veel van zal bakken. Die drummer wil indruk maken met de omvang van zijn drum, niet met zijn drumkwaliteiten. De beste drummers ter wereld kiezen meestal voor een heel klein drumstel.

Hoe groot is jouw drumstel, Isolde?

LASOEN: Aan de zéér kleine kant. Maar daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat ik mezelf bij de beste drummers ter wereld reken (lacht). Toeval of niet, maar less is more is ook een van mijn levensmotto’s. Hoe eenvoudiger, hoe beter. Ik hamer daar ook op bij mijn leerlingen. Toch moet iedere drummer door de fase dat hij vooral ‘veel’ wil doen. Zo veel mogelijk noten per seconde, zo veel mogelijk kunstjes... Nu weet ik dat al die technische kunstjes de muziek niks bijbrengen. Een drummer moet vooral beseffen dat hij goed moet kunnen begeleiden, dat hij voor de fijne details en de mooie versieringen moet zorgen. Een nootje hier, een cimbaaltje ginder. De subtiliteit onderscheidt de goede drummer van de gewone drummer.

VANHEE: Ik heb in de voorbije twintig jaar zo veel concerten gezien dat ik durf te beweren dat ik het onderscheid ken tussen een goede en een gewone muzikant. Ik vind ook dat wat een groep op het podium waard is, belangrijker is dan hoe hun plaat klinkt. Jammer genoeg redeneren veel groepen omgekeerd. Een paar jaar geleden was Myspace verantwoordelijk voor een hoop nieuwe hypes. Die bandjes zorgden ervoor dat ze één goed nummer hadden waarmee ze een platencontract in de wacht sleepten. Jammer genoeg trokken de meeste van die bands live op de ballen. Vroeger leerde je nog muziek spelen in kleine achterzaaltjes van cafés. Als je daar toonde wat je kon, mocht je een plaat maken. Nu is het omgekeerd.

LASOEN: Ik heb het nog al doende geleerd. Ik heb ettelijke keren opgetreden in Gentse cafés als Het Damberd, Hotsy Totsy of Den Turk. Dat was charmant.

Het is opvallend hoe graag buitenlandse bands in België optreden. Hoe komt dat?

VANHEE: Dat is makkelijk uit te leggen. Een tijd geleden was ik met Absynthe Minded in Parijs. Ze speelden in een kleine club en de backstageruimte was een smalle gang van anderhalve meter breed. Ze hadden nauwelijks plaats om zich om te kleden. In l’Olympia, de meest legendarische zaal in Parijs, regent het zelfs binnen in de backstage. Dat kom je in België niet tegen. Hier leggen ze artiesten in de watten, op alle vlakken. De zalen zijn goed, de technici kennen hun job, het eten is lekker, de journalisten zijn professioneel – wat een verschil met de Britse boulevardpers, dat zijn allemaal assholes – en de ontvangst is altijd hartelijk. Voor een artiest is België een paradijs.

LASOEN: Dat is in veel andere landen wel anders.

VANHEE: Als Belgische bands in het buitenland toeren, denken wij aan glamour en luxe. Niks van. Vaak is het dikke miserie.

LASOEN: Alleen groepen die in een luxetoerbus op tournee gaan, hebben weinig of geen last van slechte omstandigheden. Maar hoeveel groepen kunnen zich dat permitteren?

VANHEE: En zelfs dan is het geen rozengeur en maneschijn. Je moet je al elke avond een stuk in je kloten zuipen om te kunnen maffen op die bus. En als je dan tegen de middag met een houten kop wakker wordt, heb je amper tijd om te douchen en te eten voor je moet soundchecken. Na het optreden eet je nog een beetje en daarna ga je weer aan de drank om te kunnen slapen. En dat weken aan een stuk... Zij liever dan ik.

LASOEN: Zo’n tournee heb ik zelf nog niet meegemaakt, maar ik heb toch ook al erbarmelijke omstandigheden gekend. Voor een optreden in Frankrijk was er zelfs geen backstage voorzien. We mochten kiezen waar we ons wilden omkleden: op het podium achter een windscherm, of in de keuken van een naburig restaurant. Maar weet je waar ik vaak het slechtst ben behandeld? Op trouwfeesten van rijke mensen. Vorige zomer nog speelde we op een huwelijk in een kasteel, een heel chique locatie. Er waren limousines, dure kostuums en ik dacht: ‘Hola, dit wordt een topper.’ Als maaltijd kregen we een kleine portie hutsepot met worst. Terwijl het meer dan 30 graden was en de gasten zich te goed deden aan een rijkelijk buffet. Op de koop toe moesten we de hele avond zo stilletjes spelen dat de mensen in de zaal ons nauwelijks hoorden. Ver-schrikkelijk! In Nederland moesten we ooit spelen op een luxebeurs over culinair genot. En wij kregen platgekookte spaghetti met tomatenvocht en een glas water uit de kraan. Dan ontplof ik. Vooral omdat ik de maaltijd vooraf bijna net zo belangrijk vind als het optreden daarna (verontschuldigend lachje). Echt waar, ik kan niet spelen als ik niet goed gegeten heb. Samen eten met de band is een van de belangrijste momenten van de avond. Zo kom je in de juiste stemming voor het optreden.

VANHEE: Fotografen krijgen het ook steeds moeilijker. Tijdens concerten maken we steeds meer moeilijkdoenerij mee en dat begint mijn kloten uit te hangen. Vroeger kon je een concert van begin tot eind fotograferen. Maar sinds kort mogen wij op veel optredens nog maar foto’s maken tijdens twee nummers. En dan zijn er nog die denken dat ze het warm water hebben uitgevonden, zoals Beyoncé. Daar hadden fotografen welgeteld 30 seconden om hun ding te doen. Dértig seconden! En Nick Cave, een van mijn persoonlijke helden, gaf ons één nummer voor foto’s. Op die tijd kan ik echt geen behoorlijke foto maken. Op andere concerten is er dan weer geen frontstage en moet ik tussen de 16-jarige meisjes op de eerste rij gaan staan. Dan zie ik die bakvissen kijken: ‘Wat doet die oude zak hier?’ Let op, ik snap wel dat organisatoren beperkingen opleggen. Vroeger was ik vaak de enige fotograaf op een concert, terwijl we nu soms met meer dan vijftien zijn. Vorige week nog, tijdens een heel ingetogen en stil concert, maakten de fotografen meer lawaai dan de band. Dan schaam ik me. Een fotograaf moet altijd respect hebben voor de artiest.

Je zei ooit: “Hoe beter het concert, hoe beter mijn foto’s.”

LASOEN: Dat snap ik volledig. Alles hangt samen, ook bij ons. Als wij er van bij het eerste nummer goed invliegen, gaat het publiek ook meteen uit zijn dak. En krijgen wij ook weer een extra boost. Zo krijg je dus een magisch concert. Een fotograaf kan daar mee van profiteren.

VANHEE: Dat is het mooie aan livemuziek. Soms voel je de elektriciteit in de lucht en dan weet je dat je iets speciaals meemaakt. Ik weet meestal van bij het eerste nummer of het een een-, twee- of driesterrenconcert zal worden. Alleen al de manier waarop een band het podium opstapt, is superbelangrijk. De eerste indruk is cruciaal. Mensen vormen meteen een oordeel en het is moeilijk dat oordeel nog te veranderen. Ook voor mij is de manier waarop ik mijn intrede maak van levensbelang als ik een artiest moet portretteren. Die eerste indruk moet goed zijn of mijn foto is al grotendeels mislukt.

LASOEN: Bij Daan zit de intrede meestal goed. Mensen uit het publiek zeggen dikwijls dat de goesting erafstraalt als we het podium opkomen.

VANHEE: Bij Daan klopt inderdaad het hele plaatje. Zijn houding, de kostuums, het licht... Dat zie ik veel liever dan de huidige trend bij veel jonge bands; ze komen het podium op alsof ze net uit bed zijn gerold. Slaperige ogen, haar in de war, hemdje gekreukt, een beetje ongeïnteresseerd... Ik hou daar niet van.

Hoe zit het met de grillen en kapsones van de sterren?

VANHEE: Ach, die vallen best mee. Het loopt zelden fout. En als artiesten moeilijk doen, heeft het dikwijls te maken met drank- en/of druggebruik. Ian McCulloch van Echo and the Bunnymen was stomdronken toen ik hem moest fotograferen. En maar zagen en klagen. “Als je moe bent, mag je gerust op de grond gaan liggen”, stelde ik voor. Daar ging hij meteen op in. En net toen hij op de grond lag en bijna in slaap viel, viel er een lichtstraal op zijn zonnebril. Foto geslaagd.

Hoe zit het met jouw alcoholconsumptie, Isolde?

LASOEN: Voor een optreden drink ik zelden of nooit.

Jij hebt nog nooit zat op een podium gestaan?

LASOEN: (beslist) Nog nooit. Een drummer kan zich dat niet permitteren. Als ik er een te veel op heb, verslappen mijn spieren en kan ik niet meer in de maat drummen, dan wil mijn lichaam niet meer mee. Het is wel al een paar keer gebeurd dat Daan “paraplu” op het podium stond en ik kan je verzekeren dat de rest van de band dat totaal niet kon appreciëren. Dan is het achteraf zeer stil in de backstage. Want zo verkloot hij het voor iedereen: voor ons, voor het publiek en voor zichzelf.

This is Spinal Tap is een fictieve documentaire uit 1984, een satire op het leven van een rockband. Maar volgens veel echte rockers, is de film toch behoorlijk realistisch. Klopt dat?

VANHEE: Op Pukkelpop heb ik ooit de verkeerde band staan fotograferen. Gelukkig had de journalist in kwestie het op tijd door. Bleek dat ik voor het verkeerde podium stond. En op het Cactusfestival heb ik Marianne Faithfull nog van het trapje zien stuiken toen ze van het podium wilde stappen. Mede door de drank, ja (grijnst).

LASOEN: Ik ben al meerdere keren verloren gelopen in de coulissen achter het podium. En ik ben één keer door mijn stoel gezakt tijdens een concert. Maar ik ben wel hardnekkig blijven doorspelen (lacht). Onlangs trad ik met Willy Willy en Guido Belcanto op in een parochiezaaltje; klein, maar charmant.Na het optreden kwamen een paar Belcanto-fans zonder kloppen de backstageruimte binnen, een ongezellige keuken met tl-lampen. Ik was me net aan het omkleden en stond daar in mijn onderbroek en beha. Terwijl ik me zo goed en kwaad mogelijk probeerde te bedekken, zei ik vriendelijk dat ik binnen vijf minuutjes klaar zou zijn. In plaats van zich te verontschuldigen en even buiten te wachten, zeiden ze: “Doe maar op het gemak, meisje. Doe maar alsof we er niet zijn.” (hilariteit) Spinal Tap is de trieste werkelijkheid, het is de In de Gloria van de muziekwereld.

Zijn jullie je job nog nooit beu geweest?

LASOEN: Nog nooit. Ik kan doen wat ik graag doe en dat is niet elke muzikant gegegeven. Je hebt er veel die er een paar ‘ambetante’ jobkes moeten bijnemen, zoals recepties of trouwfeesten. Ik heb genoeg werk met Daan en andere projecten én als lerares in het MUDA. Dankzij die variatie doe ik alles met volle goesting. Als Daan mij morgen vraagt om exclusief bij hem te komen spelen, zou ik weigeren. Ik heb die variatie nodig.

VANHEE: Vier of vijf jaar geleden had ik een dip. Ik wilde weg uit de muziek, andere dingen doen. Maar ik merkte snel dat rockfotografie datgene is wat ik echt wil misschien wel het enige dat ik kan. Ondertussen amuseer ik me nog steeds. De dag dat dat niet meer zo is, stop ik meteen.

Zijn jullie blij dat de festivalzomer eraankomt?

LASOEN: Ik kijk er zelfs meer naar uit dan andere jaren, gek genoeg. In de zomervakantie geef ik geen les en dus kan ik mij helemaal focussen op optreden en op mijn kind. Fantastisch toch?

VANHEE: Eerlijk gezegd zie ik elk jaar iets harder op tegen de festivalzomer. Dat is de schuld van het veelvoud aan podiums. Vroeger was er één podium waarop iedereen een set van een uur speelde. Nu heb je vier, vijf podia waarop elke band amper drie kwartier speelt. Ik hol constant van het ene podium naar het andere, soms zelfs zonder goed te weten wie ik aan het fotograferen ben dit zou ik niet zeggen want weet meestal wel wie ik sta te fotograferen. Doe mij maar een zaalconcert. Daar kan je een groep echt ‘zien’, van een groep ‘genieten’. Op een festival lukt dat niet.

LASOEN: Ik heb Prince nog nooit live gezien. Nu komt hij naar Werchter, een unieke kans, en toch ga ik niet. Gewoon omdat het op zo’n gigantische wei is, waar de klank hoogstwaarschijnlijk niet goed zal zijn, waar het misschien zal stinken en waar de mensen veel te dicht op elkaar gepakt zullen staan. Geef mij Prince maar in de AB!

VANHEE: (zucht) Was dat nog maar mogelijk.

LASOEN: Mijn vriend is AC/DC gaan bekijken in een voetbalstadion. Na 25 minuten is hij weggegaan omdat de klank té slecht was. Ik had hetzelfde bij Queens of the Stone Age in de Lotto Arena. Ik kon er niet van genieten omdat ik me de hele tijd ergerde aan de verschrikkelijke klank.

VANHEE: De klank van Neil Young in Flanders Expo was ook zo slecht dat ik hem in mijn hoofd constant aan het corrigeren was: ‘Zó zou het eigenlijk moeten klinken.’ Dat was zo vermoeiend dat ik er hoofdpijn van kreeg. Na een halfuur heb ik een kameraad gebeld om te vragen of hij zin had om in Gent een pint te gaan drinken.

Maar over Prince gesproken: hij is één van de weinige sterren die ik nog nooit heb zien optreden. Door stom toeval heb ik al zijn passages in België en in onze buurlanden gemist. En ook nu zal ik hem wellicht niet zien optreden. We krijgen wellicht maar twee nummers om hem te fotograferen en daarna gooien ze ons van de weide. En een ticket koop ik niet.

LASOEN: Meen je dat? Mag jij niet blijven voor de rest van het optreden als je eerst foto’s hebt genomen?

VANHEE: Nee, het management heeft schrik dat wij dan stiekem foto’s blijven maken met een telelens. Ik heb één keer in het geniep foto’s proberen te nemen, van Patti Smith in L’Olympia in Parijs. We mochten alleen de eerste tien minuten van het optreden fotograferen. En wat deed mevrouw Smith? Ze begon haar optreden met het voordragen van twee gedichten. Ze zat op een stoel, met een bril op haar neus en een boek voor haar gezicht. En daar moest ik foto’s van nemen. Daarna ben ik uit pure balorigheid in de zaal gaan staan met een telelens. Maar zonder resultaat. Ik kon me niet concentreren omdat ik constant moest uitkijken voor de security.

Werken al die optredens niet afstompend?

VANHEE: Jammer genoeg wel. De eerste keer dat ik Kraftwerk zag, in de AB, kreeg ik tranen in mijn ogen. Zo straf vond ik dat. Maar toen ik ze laatst zag op Pukkelpop, ben ik nog voor halfweg weggegaan. Het deed me niks meer, omdat het gewoon meer van hetzelfde was. Erg, hè? Daarom probeer ik dezelfde groep nooit te veel te zien. Want dan begin je de trucjes te kennen en is de magie weg. Isolde, kan jij nog onbevangen naar een concert kijken of naar een album luisteren?

LASOEN: Bij platen gaat het prima, maar bij live-optredens betrap ik mezelf er soms op dat ik focus op één muzikant. Live hoor je heel snel als er iets niet klopt. En dan zoek ik altijd meteen wie of wat daar verantwoordelijk voor is.

VANHEE: Weet je wat me opvalt als ik bij muzikanten thuiskom? Daar staat zelden muziek op. Luister jij nog naar cd’s?

LASOEN: Nu je het zegt. Als ik alleen thuis ben, is het meestal stil. Maar als mijn vriend er is, staat er altijd muziek op. Ik ben hem daar dankbaar voor, want zo heb ik veel bands en genres leren kennen en appreciëren.

Alex, koop jij liveplaten van optredens waar je bij was?

VANHEE: Nooit. Ze nemen de magie compleet weg. Ik snap ook niet wie al die live-dvd’s koopt. Livemuziek moet je in je buik voelen, en dat lukt niet voor een tv-scherm, hoe groot ook. Daarom is concertfotografie ook zo moeilijk. De mensen zien een foto, maar horen er geen muziek bij. Geslaagde foto’s zijn die waarbij je de muziek in je hoofd kan voorstellen.

LASOEN: Hoe maak je zo’n geslaagde concertfoto? Ligt het ook aan de kwaliteit van je fototoestel?

VANHEE: Dat helpt, natuurlijk. Maar het oog van de fotograaf is belangrijker. Vergelijk het met muziek: iedereen kan dezelfde gitaar of hetzelfde drumstel kopen. Maar wat je met die drum of gitaar doet, dát maakt het verschil.

LASOEN: Volledig akkoord. Op school staat één drum voor achttien leerlingen. Als ze allemaal dezelfde beat spelen op die ene drum, zal die beat achttien keer anders klinken.

VANHEE: Kan jij meteen zeggen wie talent heeft en wie niet?

LASOEN: De echte talenten haal ik er na vijf minuten al uit. Dan overvalt me een euforisch gevoel, zeker als het nog jongskes zijn.

VANHEE: Er zijn veel jonge fotografen die foto’s naar mij sturen. Ik voel ook meteen welke gasten aanleg hebben en welke niet.

Welke vind jij jouw mooiste, meest memorabele foto’s?

VANHEE: Goh, dat is als vragen wie van je kinderen je het liefste ziet. Een aantal beelden zijn een eigen leven gaan leiden. Ondermeer van een gast die op Rock Torhout op zijn knieën in het slijk zat, met zijn handen in de lucht in aanbidding voor Skin van Skunk Anansie. En op Torhout trok ik ooit een foto van Stef Kamil Carlens, hand in hand met Tom Barman. Op dat moment was dat helemaal geen speciale foto, maar door wat daarna gebeurde (Carlens stapte uit dEUS; red.), kreeg die foto een eigen verhaal. Ik heb ook ooit een foto gemaakt van Iggy Pop die hij later gebruikte op de hoes van een live-dvd. Zo heb ik nog contact gehad met Iggy zelf, wat natuurlijk wel leuk was. En het management van Basement Jaxx vroeg me een keer of ik mijn foto’s van hen wilde doorsturen. Ik deed dat en hoorde er verder niks meer van, tot ik anderhalf jaar later de hoes van hun nieuwe plaat zag. Daar hadden ze doodleuk mijn foto’s voor gebruikt. Ik heb toen een mail gestuurd, waarna ze mij alsnog betaald hebben.

Isolde, heb jij fanatieke fans?

LASOEN: Ik zelf niet, denk ik. Maar Daan wel. Hij heeft een schare trouwe fans die, letterlijk, naar elk optreden komen. Die diehards staan ook altijd op dezelfde plaats. Vooraf weet ik al dat links van het podium een bende gasten staat en rechts van de toog een vijftal meisjes met een spandoek.

VANHEE: De eerste rij op concerten is altijd zo mooi. Bij een optreden van The Cure staan er driehonderd nep Robert Smiths, bij Tokio Hotel zijn het allemaal zo sexy mogelijk uitgedoste bakvissen, en bij Motörhead stoere en gewelddadig uitziende motards. Ooit kwam een Hells Angel tijdens een metaloptreden op me af. Hij stond vol tattoo’s en piercings en hij had zes pinten vast. Ik dacht: ‘Oei, ik sta waarschijnlijk in die mens zijn weg en nu krijg ik de rammeling van mijn leven.’ Maar hij kwam me heel lief vragen of ik een foto van hem wilde trekken en die daarna naar hem wilde mailen (lacht).

Hebben drumsters ook groupies?

LASOEN: Sommige misschien wel, maar ik niet. Wat versta je trouwens onder groupies?

In jouw geval: mannen die met je naar bed willen, alleen maar omdat je een rockster bent?

LASOEN: Ach zo. (denkt even na) Er zullen er ongetwijfeld wel zijn, maar ze zijn het me alleszins nog nooit letterlijk komen vragen. Ik straal blijkbaar iets uit van ‘bij mij moet je niets proberen’. Mijn vriend heeft me al dikwijls gezegd dat hij me amper durfde aan te spreken voor we een koppel waren. Ik zie wél soms groupies opduiken voor Daan. Je ziet ze van ver komen, vrouwen met veel pretentie, die iedereen straal negeren en recht op hem afstappen. Afschuwelijk! Hoe denigrerend voor jezelf is dat niet? Ik zou het niet kunnen, de groupie spelen backstage bij N.E.R.D., al geven ze me een miljoen euro.

Heb jij groupies, Alex?

VANHEE: Ik vrees van wel. Op facebook heb ik zelfs mijn chat-optie uitgeschakeld omdat een paar vrouwen me niet met rust lieten. Ik snap alleen niet waarom ze in mij geïnteresseerd zijn. Het is niet omdat ik sterren fotografeer dat ik zelf een ster ben.

LASOEN: Je kan er niet onderuit: het podium erotiseert, het geeft je een machtspositie. Veel rocksterren zijn lelijke apen en toch hebben ze tien vrouwen aan elke vinger.

VANHEE: Pete Doherty bijvoorbeeld. In de Botanique viel mij op hoe slecht die mens eruitziet. Hij is een echte junk: ziekelijk, schriel, een kapotte huid... En het optreden trok op niks. De bassist speelde een ander nummer dan de gitarist, Doherty vergat zijn teksten en zong vals... En toch stonden tientallen gillende vrouwen met wellustige blik naar Doherty te kijken. Terwijl ze met een wijde boog om diezelfde Doherty zouden lopen als ze hem op straat zagen.

Hoe vinden jullie het niveau van de Belgische artiesten?

LASOEN: We mogen trots zijn op onze muziekscène, zeker als je kijkt hoe klein België is.

VANHEE: Het niveau is heel hoog. Alleen beseffen de platenfirma’s dat niet en daardoor breken onze bands niet door in het buitenland. Het is niet omdat iedereen in eigen land je plaat goed vindt dat die zal aanslaan in andere landen. Het komt er vooral op aan om veel geld te steken in een promocampagne en tijd te maken voor een uitgebreide tournee waarvoor alles moet wijken: familie, vrienden, werk, hobby’s... Wie heeft dat er voor over?

LASOEN: Dat is wellicht de reden waarom Daan nog geen potten breekt in het buitenland. Hij weet dat we dan eerst overal zeer goedkoop moeten gaan spelen. We zouden er misschien geld aan toesteken en dat wil hij niet. Hij wil dat we in het buitenland even veel kunnen vangen als hier. Ik vind dat mooi van hem.

VANHEE: Je moet ook opvallen als je naar het buitenland wil. In Engeland zitten ze niet te wachten op een nieuwe Neil Young, zo hebben ze er zelf al zestien rondlopen. De weinige Belgische bands die het gemaakt hebben in het buitenland – Front 242, Vaya Con Dios,Arno en 2 many DJ’s – vielen stuk voor stuk op door hun eigen sound. Ik had verwacht dat Daan ook al in het buitenland zou zitten. Hij speelt zijn rol fantastisch, hij heeft een eigen geluid, hij spreekt en zingt in vele talen.

LASOEN: Hij had dat wellicht ook verwacht. Voorlopig is hij het juiste volk nog niet tegengekomen om dat te realiseren. Maar ooit...